Nederland meent het ernstig met de klimaatdoelstellingen rond het zakelijk en het woon-werkverkeer. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil daarom bekijken hoeveel CO₂ het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer van werknemers uitstoot. Op dit moment zijn het zakelijk verkeer en woon-werkverkeer samen naar schatting voor meer dan 50% verantwoordelijk voor alle gereden kilometers in Nederland. Alvorens nieuwe beperkende maatregelen uit te vaardigen wenst de Nederlandse overheid op grote schaal de data te kennen van het huidige zakelijk en woon-werkverkeer. Werkgevers hebben een grote rol te spelen in het duurzamer maken van de werkgebonden personenmobiliteit, bijvoorbeeld door thuiswerken, ondersteuning van fietsverplaatsingen en meer gebruik van openbaar, gedeeld en zuiver elektrisch vervoer.
Tegelijk geeft de Nederlandse overheid ook pro-actief advies op maat om verder te verduurzamen. Een 52 pagina tellende overheidsbrochure voor ondernemingen onder de naam “handreiking gegevensverzameling” legt alles uit.
Voor leasevoertuigen werd een apart hoofdstuk voorzien. Vooralsnog hebben ondernemingen enkel een verplichting tot het aanleveren van gegevens over zakelijke ritten en woon-werkverkeer. Op basis van deze gerapporteerde gegevens zal worden gemonitord of het gestelde reductiedoel van 1,5 megaton CO₂ kan worden bereikt. Voorlopig dienen geen cijfers te worden aangeleverd over de daadwerkelijke individuele CO2-emissies. Concreet betreft de rapportering reizen waarvoor werknemers een financiële vergoeding ontvangen of waarvoor een voertuig of vervoersbewijs aan werknemers ter beschikking wordt stelt.
De onderneming rapporteert over het aantal kilometers op jaarbasis, het gebruikte vervoermiddel en het soort brandstof. De emissies worden in het programma automatisch berekend. Voorlopig moeten leasingrijders geen rittenadministratie bijhouden van hun privé kilometers. De overheid heeft voorlopig bepaald dat jaarlijks 8900 kilometer forfaitair als privékilometers worden aangemerkt, de overige kilometers vallen onder woon- werkverkeer en zakelijke kilometers waarover wel gerapporteerd moet worden. In de toekomst bestaat de kans dat de forfaitaire 8900 kilometer komt te vervallen en bedrijven de privékilometers en de zakelijke en woon-werkkilometers van hun medewerkers nauwkeurig moeten bijhouden. Om daar alvast op voorbereid te zijn raad de overheid de ondernemingen aan de CO₂-registratie nu al bij te houden in een toekomstbestendig registratiesysteem dat zakelijke en privékilometers automatisch uitsplitst.
Advies voor de volgende Belgische regering
Het is duidelijk dat ook België initiatieven zal moeten nemen om de CO₂-uitstoot van het zakelijk en woon-werkverkeer in kaart te brengen en te reduceren. Dit zal des te meer inspanningen vragen omdat de bedrijfswagen in België nog een tijdje prominent aanwezig zal blijven ondanks het dagelijkse fileleed. Een echte mobiliteitsshift lijkt nog niet voor morgen te zijn. De sterke verkeersstroom is na de pandemie in alle hevigheid teruggekeerd ondanks het succes van homeoffice en elektrische bedrijfsfietsen.
Tijdens recente politieke debatten blijkt de kilometerheffing nog een hardnekkig taboe met bovenop verschillende visies tussen de Gewesten. Op termijn is aan de kilometerheffing wellicht geen ontkomen aan omdat men de autowegen niet eeuwig kan blijven verbreden. De economische kost van de structurele ochtend- en avondfiles files wordt stilaan onhoudbaar.
Deze visie wordt vandaag sterk gedeeld door organisaties die kleine en grote ondernemingen vertegenwoordigen. Zelfs auto-importeurs zien liever hun voertuigen rijden op niet verstopte wegen. Sommigen bieden ook alternatieve vervoersmodi aan. Tegelijk dwingt ook de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD richtlijn) grotere ondernemingen en in de nabije toekomst ook middelgrote ondernemingen om hun duurzaamheidstraject in kaart te brengen.
De vraag zal ook gesteld worden of 100% elektrische voertuigen daadwerkelijk als zero emissie voertuigen moeten beschouwd worden en of er ook niet moet gekeken worden naar de gemiddelde CO2-emissies van de opgewekte elektriciteit die deze voertuigen verbruiken om een evenwichtig beeld te bekomen. Daarom lijkt de oefening die men in Nederland start een goed voortraject.
Tot slot melden we nog dat de Belgische federale overheidsdienst Mobiliteit reeds jaren op regelmatige tijdstippen de zogenoemde “diagnostiek woon-werkverkeer” organiseert. Deze is verplicht voor alle ondernemingen met meer dan 100 werknemers. Vaak is dit een wake up call om de organisatie van het woon-werkverkeer opnieuw onder de loep te nemen. Aan deze resultaten worden voorlopig geen CO₂-doelstellingen of concrete adviezen gekoppeld maar dat zou wel eens snel kunnen wijzigen.
De volgende diagnostiek zal plaatsvinden tussen 30 juni 2024 en 31 januari 2025. In Vlaanderen subsidieert het pendelfonds duurzaam woon-werkverkeer en in Wallonië biedt de « célule mobilté UWE » ook een uitgebreide dienstverlenging aan voor duurzamer woon-werkverkeer.
Michel Willems
MOBILITAS
Nuttige links
mobilit.belgium.be/nl/duurzame-mobiliteit/enquetes-en-resultaten